05 jul
2016

Hoe werkt het?

Irrigatiemanagement begint met een inventarisatie van de percelen en de locaties. Daarbij zoekt RMA de juiste plekken om de bodemvochtsensor te installeren. Deze sensoren meten de hoeveelheid bodemvocht in de verschillende lagen van de bodem. Op het perceel komt ook een weerpaal die de actuele gegevens van temperatuur en neerslag meet.

Daarna volgt het inregelen van het systeem. De hoeveelheid vocht die de bodem kan bevatten, verschilt per perceel. Het is onder meer afhankelijk van de grondsoort, het organische-stofgehalte en de infiltratiediepte. De maximale hoeveelheid bodemvocht is vaak snel duidelijk, dankzij de metingen. Het vaststellen van de ondergrens vraagt meer kennis en inzicht. Die ondergrens bepaalt wanneer het gewas vochttekort krijgt en bepaalt dus het moment waarop de watertoediening moet beginnen. Door zorgvuldig onderzoek en intensief volgen van de metingen aan het begin van het groeiseizoen kan RMA snel de juiste grenswaarden instellen.

De metingen van de bodemvochtsensoren en de weerpalen gaan via een gsm-verbinding naar een centrale databank van RMA. Specifieke software zet de gegevens om in een gebruikersvriendelijk beeld. De klant krijgt dat beeld op zijn computer binnen. De ervaring is dat de klanten er na instructie geen moeite mee hebben om aan de gegevens de juiste conclusies te verbinden.

wp23fdead7_00  wpb79b01bb wp46e389d1 wp5cfc2d90